Naleving analyse
Het naleefgedrag is het primair onderdeel van risicogericht toezicht. Bij elke prestatie moet de medewerker de naleving analyse op locatieniveau (inrichting- of object) doorlopen, Hierbij wordt niet alleen de naleving geregistreed maar ook de reden van niet– naleving waardoor een actuele naleving inschatting wordt gemaakt en de naleving wordt herijkt. Deze informatie kan ook worden geëxtraheerd en worden verstuurd uit/naar gekoppelde registratie-systemen. Bij registratie van overtredingen wordt in SHERPAL, of een gekoppeld systeem, automatisch een vervolgtraject aangemaakt.
Met behulp van deze gegevens kan onder andere het nalevingpercentage worden berekend.
Werkprogramma
Met behulp van een algoritme op basis van de risicoanalyse, het naleefgedrag en de frequentiematrix genereert SHERPAL het werkprogramma.
SHERPAL wijst prestaties toe aan medewerkers op basis van de kritieke massa eisen opgenomen in de verordening kwaliteit VTH-taken. Prestaties kunnen te allen tijden handmatig worden herverdeeld. Aan deze prestaties wordt in SHERPAL een uniek kenmerk toegekend. De prestatie wordt na toewijzing aan een medewerker voor deze zichtbaar in een overzicht met openstaande prestaties.
Het werkprogramma wordt gemonitoord door registratie van de verrichte prestaties en gekoppelde tijdschrijfsystemen. De voortgang en de resultaten kunnen worden ingezien door geautoriseerde gebruikers. De voortgang kan in realtime online worden ingezien of in query’s worden uitgedraaid.
Frequentiematrix
De frequentiematrix maakt onderdeel uit van de strategieën. In de frequentiematrix is aangegeven wat de controle/behandel frequentie is op basis van het risico en het naleefgedrag. De frequentiematrix wordt eenmaal per vier jaar herzien.
SHERPAL heeft een aantal belangrijke functionaliteiten die noodzakelijk zijn om te komen tot risicogestuurde werk-programma’s en te rapporteren over de in de werkprogramma’s opgenomen prestatie-verplichting.
Risicoanalyse
SHERPAL is in de basis gevuld met een risico-analyse op activiteitniveau. En een brancheoverzicht waar per branche is aangegeven welke activiteiten er plaatsvinden. Bij elke prestatie (controle) moet de medewerker een risico-analyse op individueel inrichting- of objectniveau doorlopen, en aangeeft welke activiteiten er (nog) plaatsvinden, waardoor een actuele risico-inschatting per locatie (inrichting/object) wordt gemaakt en het risico wordt herijkt. Deze gegevens worden ook gebruikt om op branche niveau te hereijken.
Functionaliteiten
Prestaties
Als de prestaties zijn toegewezen aan een medewerker worden deze zichtbaar in het individuele overzicht van de medewerker. Het is de taak van de medewerker om aan de prestatie een startdatum te verbinden, zodat het traject voor de levering van de prestatie kan worden opgestart. Per stap in het traject kan de medewerker de datum aangeven waarop deze stap is voltooid. Hierdoor wordt automatisch zichtbaar in welk stadium van het traject de medewerker zich bevindt en welke stappen nog moeten worden doorlopen.